Veelgestelde vragen over Bedrijventerrein Stationsweg
Hoe staat het college tegenover deze plannen?
Het college van Scherpenzeel is bereid tot medewerking aan de mogelijke komst van een bedrijventerrein. Dit is het resultaat van verschillende onderzoeken die zijn uitgevoerd naar de behoefte aan bedrijventerreinen voor lokale ondernemers. Ook is hierover overleg gevoerd met de Regio Foodvalley en de Provincie Gelderland. Bij al deze partijen is draagvlak voor dit project en principe akkoord gegeven.
De gemeenteraad neemt het uiteindelijke besluit.
Waarom staat het college positief tegenover de plannen?
De dringende behoefte aan uitbreiding onder Scherpenzeelse bedrijven was aanleiding om medewerking te willen verlenen. Omdat in Scherpenzeel onvoldoende bedrijfskavels beschikbaar zijn, zijn bedrijven vertrokken naar omliggende gemeenten. Dit blijkt uit gemeentelijk onderzoek en de Ladder-toets van bureau Stec eind 2018 en een geactualiseerd onderzoek uit 2025.
Waarom is gekozen voor de locatie aan de Stationsweg?
Ruimte in Scherpenzeel is schaars, dus er moeten moeilijke keuzes gemaakt worden waar gebouwd kan worden. In de Ontwikkelstrategie Werklocaties ‘Eerst Zuid, dan Noord’ en de Kadernota Omgevingsvisie is door de gemeenteraad uitgesproken dat bedrijfsbebouwing boven de Dreef vooralsnog geen optie is. Hierbij is de scherpe keuze gemaakt om het landschap aan de noordkant voorlopig onbebouwd te laten en gebieden in de zuidkant te ontwikkelen. Hierdoor is vestiging van een bedrijventerrein aan de noordkant van de rondweg geen optie.
Hoe wordt rekening gehouden met de Grebbelinie?
De locatie is op de provinciale kaart met cultuurhistorische waarden aangewezen als inundatiegebied. Dat geldt voor de hele kern Scherpenzeel. Om de waarde van de Grebbelinie te waarderen, wordt in het plangebied een respectzone van 100 meter vrijgehouden, vanaf het Valleikanaal.
Welke onderzoeken zijn er gedaan naar behoefte van lokale bedrijven?
De gemeente Scherpenzeel organiseerde, in nauw overleg met de Ondernemersvereniging Scherpenzeel en de Bedrijvenkring Scherpenzeel-Woudenberg, een uitgebreid behoefteonderzoek onder alle in Scherpenzeel gevestigde bedrijven. Uit dit onderzoek kwam naar voren, dat behoefte bestaat aan ongeveer 7,5 hectare (netto) nieuw bedrijventerrein voor lokale bedrijvigheid. Met de huidige interesse staat de stand op ruim 8 ha.
Is er geen ruimte meer op bedrijventerrein ’t Zwarte Land?
Bedrijventerreinen ’t Zwarte Land (35 ha) en Holleweg (6,5 ha) zijn volledig uitgegeven. Inbreiding en/of verdichting van de bebouwingsmogelijkheden biedt kansen voor de al op de bedrijventerreinen gevestigde bedrijven, maar niet voor nieuwe vestigingen. Herontwikkeling van vrijkomende panden wordt door de gemeente Scherpenzeel gestimuleerd en gefaciliteerd. Op basis van onze eigen inventarisatie zijn er op dit moment geen concrete aanwijzingen dat binnen afzienbare termijn nog andere panden of kavels beschikbaar zullen komen in de markt.
Wat is de rol van de gemeente?
De gemeente is niet de eigenaar van de grond en gaat ook niet zelf ontwikkelen. De gemeente heeft hier een faciliterende rol: de gemeente moet er mede voor zorgdragen dat er mogelijkheden komen om hier te bouwen. Het wijzigen van het omgevingsplan is hiervan onderdeel.
Wat is de meerwaarde voor onze gemeente?
De grote meerwaarde voor Scherpenzeel is dat er opstart- en (door)groeimogelijkheden komen voor de lokale ondernemers. Dit is goed voor de bedrijvigheid in de gemeente, voor werkgelegenheid en voor ondersteuning van het verenigingsleven middels sponsoring.
Wordt dit bedrijventerrein hetzelfde als ’t Zwarte Land?
Het mogelijke bedrijventerrein aan de Stationsweg wordt een bedrijventerrein dat niet bedoeld is voor zware bedrijvigheid. In het bestemmingsplan wordt een maximale bedrijfscategorie opgenomen. Te denken valt aan bedrijven in de categorie tussen 2 en 3.1. Ter vergelijking: de bedrijfscategorie op de locaties van Vion, Interface en Modiform op het huidige bedrijventerrein ‘t Zwarte Land variëren van 4.1 tot 4.2. Hier geldt dus een zwaardere bedrijfscategorie dan voor het nieuwe bedrijventerrein. De ontwikkelaar streeft naar een zo duurzaam mogelijk bedrijventerrein.