Ongediertebestrijding

Home > Inwoners > Ongediertebestrijding

Ongediertebestrijding

  • Samenvatting

    Niet alle (on)gedierte is schadelijk. Lees hieronder wat u per diersoort kunt doen.

  • Wat is het?

    Overlast van ongedierte zoals mieren, wespen, ratten, kakkerlakken, slakken en bladluizen kunt u zelf bestrijden. De manier waarop u dit kunt doen verschilt per diersoort. Groot ongedierte kunt u beter niet zelf bestrijden. Laat dit altijd doen door gespecialiseerde mensen. Ongedierte op eigen terrein moet u zelf bestrijden of laten bestrijden door een erkend ongediertebestrijder. Bijen zijn nuttig. Hiervoor kunt u contact opnemen met een imker of de gemeente.

    Rattenoverlast

    Voornamelijk ratten kunnen gevaarlijk zijn voor de volksgezondheid. Door onzorgvuldig te zijn met voer en etenswaren worden onbedoeld ratten gelokt en gevoerd. Ratten hebben namelijk 3 levensbehoeften, een schuilplaats met in de directe omgeving voedsel en water. Ten aanzien van het beperken van het voedselaanbod is nog heel veel te winnen.

    Adviezen om rattenoverlast te beperken

    • Voer geen eenden bij vijvers en sloten, eenden voeren is ook ratten voeren
    • Strooi bij het bijvoeren van (zang)vogels in de winter geen graan, brood of anderen etenswaren op de grond of in staande vogelvoeder huisjes maar hang voer op middels een vetbol of iets dergelijks, ratten zijn namelijk uitstekende klimmers
    • Als de winter voorbij is en het warmer wordt is het raadzaam om het voer en de waterschaaltjes weg te halen. In het voorjaar hebben vogels geen behoefte meer aan extra voedsel. Dit kan zelfs schadelijk zijn voor eventuele jongen die hiermee gevoerd worden
    • Voer vooral niet te veel
    • Houdt rennen en nachthokken van (klein)vee schoon en voorkom dat er veel mest of voerresten aanwezig zijn
    • Zorg dat voerbakken van kippen, honden, duiven etc. 's avonds leeg zijn. Zo kunnen er geen ratten of muizen voer eten. Dit komt eveneens de gezondheid van uw dieren ten goede
    • Zorg dat u voer en etenswaren in een afgesloten verpakking (een ton met deksel, oude melkbus, koekblikken etc.) bewaart. Papieren of plastic verpakking is niet afdoende. Dit wordt kapot geknaagd
    • Zorg dat vuilnis in een afgesloten bak, container, kliko etc. wordt opgeslagen
    • Stapel openhaardhout op, los van de grond
    • Ruim rommelhoekjes in en om uw huis op
    • Maak uw kippen- of vogelhok rattenvrij door bijvoorbeeld een betonnen tegelvloer en laat uw hok inspecteren door een erkend ongediertebestrijder
    • Schakel bij rattenoverlast zo snel mogelijk een erkend ongediertebestrijder in.

    Volksgezondheid

    Samen rattenoverlast voorkomen is belangrijk voor onze gezondheid. Ratten kunnen bijvoorbeeld drager zijn van de ziekte van Weil. Dit is een besmetting met bacteriën. Ze komen voor in de nieren van de (bruine) rat. Via de urine komen ze terecht in bijvoorbeeld rioleringswater, sloten en vijvers, maar ook in modder of op slootkanten. Via wondjes, mond of slijmvliezen kunnen de bacteriën ons lichaam binnenkomen, bijvoorbeeld bij het zwemmen in besmet water. Wij adviseren u dan ook nooit te gaan zwemmen in de vijvers en bij aanraking met sloot- of vijverwater handen te wassen.

  • Wat moet ik doen?

    Bijen of wespen

    Een bijennest kunt u het best laten weghalen door een imker. Neem hiervoor contact op met de gemeente. Wespen kunt u zelf bestrijden met een bestrijdingsmiddel. Ook kunt u een gespecialiseerd bedrijf vragen dit voor u te doen.

    Ratten en ander groot ongedierte

    De gemeente kan gespecialiseerde mensen inzetten om grotere dieren - zoals ratten en kakkerlakken - effectief en met een minimale milieubelasting te bestrijden. De gemeente doet dit als er gevaar dreigt voor de volksgezondheid. Op uw privéterrein kunt u dit laten doen door een gespecialiseerd bedrijf.

    Eikenprocessierups

    Sinds 2006 hebben wij te maken met rupsen van de eikenprocessievlinder. De rupsen kunnen overlast opleveren en zijn een gevaar voor de volksgezondheid.

    Wat doen wij?

    Door een mix van maatregelen doet doen wij aan beheersing van de eikenprocessierups. Wij voeren preventieve bestrijding uit bij vrijwel alle gemeentelijke eikenbomen binnen de bebouwde kom van Scherpenzeel. Ook worden drukbezochte locaties in het buitengebied preventief aangepakt. Wij bespuiten de bladeren van de eikenbomen met een ongevaarlijk biologisch middel, een bacterie. Het middel wordt opgenomen door het eikenblad. De rupsen die ervan eten gaan dood. Voordat de eikenprocessierups haar brandharen krijgt wordt de bestrijding uitgevoerd. Bij een geslaagde preventieve bestrijding is de overlast minimaal.

    Tegelijkertijd werken wij aan een gevarieerder bomenbestand (minder eiken) en aan een natuurlijke balans (meer biodiversiteit), waardoor natuurlijke vijanden zorgen voor minder eikenprocessierupsen. Stimulerende maatregelen zijn bijvoorbeeld meer begroeiing nabij bomen en een natuurvriendelijker groen- en maaibeheer. 
    Bij overlast kunnen wij inzetten curatieve bestrijding. Wij zullen dan eikenprocessierupsen verwijderen door deze op te laten zuigen. Curatieve bestrijding wordt uitgevoerd in de bebouwde kom en op locaties waar veel mensen komen. Op rustige plekken waar weinig mensen komen willen we “de natuur haar gang laten gaan” waardoor natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups gestimuleerd worden.  

    Lichamelijke klachten

    Na contact met de microscopisch kleine, pijlvormige brandharen van deze rups kunnen klachten ontstaan zoals jeuk, huiduitslag, irritatie aan de ogen of aan de luchtwegen. Verder kunnen de brandharen kleine, pijnlijke, irriterende wondjes veroorzaken. Er kunnen ook pijnlijke, rode huiduitslag met hevige jeuk, waarbij ook bultjes, pukkeltjes met vocht gevulde blaasjes kunnen ontstaan die kunnen gaan ontsteken. Deze huidirritaties kunnen tot twee weken aanhouden. 
    Er hoeft geen rechtstreeks contact met de rups te zijn om klachten te krijgen. De brandharen kunnen ook door de wind meegevoerd worden waardoor ze de huid, ogen, neus, keel of luchtwegen kunnen binnendringen of in de kleding terecht kunnen komen. Via wrijven, krabben en zweet verspreiden de brandharen zich verder over het lichaam, waarbij niet alleen de onbedekte delen van huid (armen, benen, gelaat), maar ook de bedekte delen van de huid besmet raken. Ook besmette kleding vormt een bron van blootstelling en verdere verspreiding. Er zijn vooral risico’s voor de gezond¬heid in de periode dat de eikenproces¬sierupsen brandharen krijgen (half mei-juni) en bij verdere verspreiding van deze brandharen uit lege nesten (juli-september). 

    Voorkom klachten 

    Door niet in aanraking te komen met de brandharen van de eikenprocessierups voorkomt u klachten. Als u rupsen aantreft laat ze dan met rust en vermijd elk contact met nesten en spinsels. Zorg bij een bezoek aan een (natuur-)gebied met eikenprocessierupsen voor goede bedekking van de hals, armen en benen en ga niet op de grond zitten. Als u in de nabijheid van eikenbomen bent is het raadzaam om gewoon op de rijbaan, voet- fiets- en wandelpaden te blijven en eventuele rupsen niet aan te raken. Als u deze aantreft laat ze dan met rust en vermijd ook contact met eventuele (verlaten) nesten van rupsen en spinsels. Waarschuw kinderen voor het gevaar van de rups. Kies wanneer het mogelijk is voor een andere route waar geen besmette bomen staan. Ook het buiten ophangen van was, het buiten laten liggen van speelgoed en kinderen laten spelen op het gazon is onverstandig met eikenprocessierupsen in de buurt. Laar verder zandbakken zoveel mogelijk gesloten.

    Wat te doen bij klachten?

    Ga na aanraking van de rupsen of haren niet krabben of wrijven, maar was of spoel de huid of ogen goed met water. Vooraf kan men de huid strippen met plakband of schilderstape om overtollige brandharen zoveel mogelijk te verwijderen.  Was ook de kleren (liefst op 60 °C). Klachten verdwij¬nen in het algemeen binnen twee weken. Een zachte crème met bijvoorbeeld menthol of een gel van Aloë Vera kan verlichting geven. Neem bij ernstige klachten contact op met uw huisarts. Waarschuw bij ernstige overlast ook de terreinbeheerder, ons en/of de regionale GGD. Wanneer binnen een aantal minuten zich ernstige klachten van luchtwegen (kortademigheid, fluitende of piepende moeizame ademhaling) of van hart/bloedvaten (sterke bloeddrukdaling) aandienen, dan dient men snel hulp in te roepen voor behandeling (112 bellen). Dit komt gelukkig zelden voor.  

    Eikenprocessierups herkennen

    Eikenbomen met eikenprocessierup¬sen zijn te herkennen aan de specifieke nesten op de stammen of dikkere takken: dichte spinsels van vervellings¬huidjes, met brandharen en uitwerp¬selen. Vanuit hun nesten gaan de rupsen ’s nachts in processie op zoek naar voedsel in de toppen van de boom. 

    Meer informatie

    Voor meer informatie verwijzen wij u naar de websites van de GGD (www.oakie.info) en van het Kennisplatform Processierups (www.processierups.nu).

    Mieren in de tuin

    Mieren hebben een grote afkeer van nogal wat geurtjes en materialen. U kunt overlast van mieren in uw tuin beperken met de volgende gifloze methoden:

    • Strooi bladeren uit van lavendel, tijm, marjolein, tomaat en varens.
    • U kunt planten neerzetten zoals boerenwormkruid, afrikaantjes en goudsbloemen.
    • Strooi rode peper, koffiedik, kruidnagel, knoflookpoeder, gebroken eierschalen, kalk, gesteentemeel uit.
    • Giet uien- en knoflooksap uit.
    • In tuincentra kunt u niet-giftige afweermiddelen kopen. Deze sterk geurende stoffen tasten het oriëntatievermogen van de mier aan.

    Bladluizen in de tuin

    U kunt een luizenplaag voorkomen door sterke en gezonde planten in de tuin te zetten. Hebt u toch bladluizen op uw planten, dan kunt u met allerlei huismiddeltjes schade aan planten voorkomen. U kunt bijvoorbeeld een zakje larven van lieveheersbeestjes ophangen of zelf een plantenextract maken. Ook middelen op basis van organische vetzuren kunnen helpen.

    Slakken in de tuin

    Slakkenbestrijdingsmiddelen zijn vaak ook giftig voor andere dieren die u wel graag in uw tuin ziet. Helaas doden deze bestrijdingsmiddelen niet alleen slakken, maar ook de dieren die slakken eten. Kies daarom voor biologische bestrijding (knoflook of aaltjes) of milieuvriendelijke slakkenkorrels.