Plannen voor 1000 woningen in Scherpenzeel: hoe dan?

Home > Inwoners > Actualiteiten > Plannen voor 1000 woningen in Scherpenzeel: hoe dan?

Plannen voor 1000 woningen in Scherpenzeel: hoe dan?

RSS

“In Scherpenzeel worden de komende 10 jaar 1000 woningen gebouwd”. Dit onderwerp uit de concept-Kadernota zorgt voor discussies en opgetrokken wenkbrauwen. Waar worden deze woningen gebouwd en blijft Scherpenzeel nog wel een groen dorp? En is dit echt nodig om een zelfstandige gemeente te blijven? De feiten op een rij om een duidelijk beeld te geven van de woningbouwplannen.

Nieuwbouw: plannen die al langer in ontwikkeling zijn op basis van de Structuurvisie

We krijgen veel vragen over waar dat getal ineens vandaan komt. Want eerder spraken we altijd over lagere aantallen. Het antwoord is heel eenvoudig: normaal gesproken schrijven wij in beleidsstukken vooral over woningbouwlocaties die de gemeente zelf ontwikkelt. De 1000 woningen zijn de optelsom van de grote nieuwbouwwijken en een heleboel kleinere (particuliere of transformatie-) projecten. De meeste plannen zijn al jaren in beeld, maar nog nooit bij elkaar opgeteld gepresenteerd.

Zijn die woningen echt nodig?

Nee, dat weten we nu nog niet. De vraag naar woningen in Scherpenzeel blijft hoog. Als gekeken wordt naar de behoefte en huidige inwoners van Scherpenzeel, zijn dat al 55 woningen per jaar (Woonvisie). Maar vanuit de regio is ook vraag naar woningen in Scherpenzeel. En we zitten tenslotte wel in het midden van het land, de druk vanuit regio Utrecht op de FoodValley is groot.

Tijdens onze startersavond in februari hoorden we al van veel Scherpenzeelse woningzoekers dat ze ‘er moeilijk tussen komen’. Alleen al voor onze eigen inwoners moet Scherpenzeel (op basis van de onlangs vastgestelde Woonvisie) circa 550 woningen gaan bouwen. Ook gaan we er vanuit dat er uit de regio en overloop uit de Randstad een vraag komt van ca. 200-250 woningen in deze periode. Dan resteert er nog een beschikbare capaciteit van ca. 200 woningen voor een vraag die nu nog niet concreet kan worden ingevuld. De woningmarkt zal dit de komende jaren gaan bepalen. Dus de gemeente biedt de mogelijkheid om deze aantallen te bouwen. Minder vraag? Geen probleem, dan bouwen we eenvoudigweg minder woningen.  Ook financieel levert dit voor de gemeente geen problemen op.

Waar kunnen we deze woningen eventueel bouwen?  

Dit vindt deels plaats in nieuwbouwwijken. Akkerwinde I (ca. 150 woningen) wordt nu gerealiseerd . En  Akkerwinde II, op het weiland  tussen de Hopeseweg en de Groeperlaan, staat in de startblokken voor de starters (ca. 35 woningen). Ook gaat er gebouwd worden in het gebied tussen de Koepellaan en de Nieuwstraat: De Nieuwe Koepel. In ieder geval 200 woningen in fase I, zo mogelijk aangevuld met 240 woningen in fase II. Als laatste nieuwe woonwijk(je) wordt onderzoek gedaan naar Scherpenzeel-Noord, het gebied tussen Voorposten, Geerhoek, De Dreef en Oude Barneveldseweg. Hier zal niet voor 2025 gebouwd worden. Ook de hoek Breelaan en de Marktstraat hebben bouwmogelijkheden.

Inbreiding: meer woningen op al bebouwde locaties

Naast de nieuwe wijken gaat het ook om inbreiding binnen de bebouwde kom. Bestaande panden worden gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw. En het gaat niet alleen om grondgebonden woningen, maar ook om appartementen. Het zijn al bebouwde gebieden, die anders worden ingevuld. Hierdoor verdwijnen geen groene zones.

Bevolkingsgroei: goed voor winkels, verenigingen en sociale leven

Dat onze bevolkingsgroei door de bouw van extra woningen gaat toenemen, heeft een positief effect op de vele voorzieningen in Scherpenzeel. De winkels, sportverenigingen, culturele instanties, gezondheid- en welzijnsinstellingen, scholen, zwembad en Breehoek hebben (actieve) leden, vrijwilligers en bezoekers nodig om in stand te kunnen blijven. Meer inwoners versterken het draagvlak onder deze voorzieningen.

Zelfstandige gemeente: daarom zoveel bouwen?

We bouwen omdat er vraag is naar woningen. Als dat geld oplevert is dat mooi meegenomen, dan kunnen we van dat geld straks mooie projecten doen, bijvoorbeeld voor het opknappen van het centrum, op het gebied van duurzaamheid of een andere eenmalige investering. Investeringen die ieder jaar terugkomen betalen we niet met eenmalige inkomsten, maar uit inkomsten waarvan we zeker weten dat ze ieder jaar terugkomen. Zoals belastingen of inkomsten die we van het Rijk krijgen.

Het is ook niet zo dat elk woningbouwproject geld oplevert. Voor sociale woningbouw moet er soms geld bij. Maar we schatten in dat we de komende jaren wel veel eenmalige inkomsten uit woningbouw gaan krijgen, waar we mooie projecten mee kunnen gaan doen voor Scherpenzeel.

Kortom: de gemeente kan in de periode 2020-2030 een vraag van circa 1000 nieuwe woningen aan. De woningmarkt – dus ook onze inwoners- bepalen in de toekomst of dit al dan niet moet worden ontwikkeld.